Statuten

CONCEPT Statuten van de Vereniging van DOW Gepensioneerden (VDG),

statutair gevestigd te Terneuzen

(op de agenda voor Algemene Ledenvergadering van 17 maart 2022)


Naam. 
Artikel 1. 
De vereniging draagt de naam: Vereniging van DOW Gepensioneerden (VDG). 
Zij is opgericht te Rotterdam op zes en twintig november negentienhonderd drie en negentig en aangegaan voor onbepaalde tijd.


Zetel. 
Artikel 2. 
Zij heeft haar zetel te Terneuzen.


Algemene bepalingen.

Artikel 3.

1. De Vereniging heeft geen winstoogmerk.

2. Het verenigingsjaar / boekjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december.


Doel. 
Artikel 4.
De vereniging heeft ten doel: 
Het behartigen van materiële en immateriële belangen van alle pensioengerechtigden, ter zake van een pensioenuitkering bij de Stichting Dow Pensioen Fonds. 
Op een manier dat:

  • de vereniging proactief is ter zake van pensioenontwikkelingen binnen en buiten Dow Chemical;
  • wijzigingen van het individuele pensioenreglement, welke invloed hebben op bestaande pensioenrechten, vooraf ook instemming van de betreffende pensioengerechtigden krijgen;
  • de pensioenen – conform de toezeggingen van DOW – met regelmaat aangepast worden;
  • de voordelen uit collectieve secundaire arbeidsvoorwaarden ook voor pensioengerechtigden behouden blijven;
  • de medezeggenschapsprocessen in onder andere het bestuur van de Stichting Dow Pensioenfonds en het Verantwoordingsorgaan mede onderhouden en gevoed worden vanuit de verenigingsoptiek;
  • de communicatie met leden, actieven en bedrijfsleiding door alle partijen als nuttig en bruikbaar ervaren wordt.

Leden. 
Artikel 5.

1.

Leden van de vereniging zijn natuurlijke personen, die een pensioen ontvangen van de Stichting Dow Pensioenfonds of als lid zijn toegelaten overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.

2.

Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.


Toelating. 
Artikel 6.

1.

Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.

2.

Bij niet-toelating tot lid kan de algemene ledenvergadering alsnog tot toelating besluiten.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
Artikel 7.

1.

Het lidmaatschap als bedoeld in artikel 5 lid 1, wordt verkregen door kennisgeving aan en aanneming als lid door het bestuur volgens de regels in het huishoudelijk reglement vastgesteld.

2.

Het lidmaatschap als bedoeld in artikel 5 lid 1 eindigt:

 

a

door schriftelijke opzegging door het lid of een nabestaande aan het bestuur;

 

b

door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

 

c

door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

3.

Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

4.

Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan op elk gewenst tijdstip schriftelijk geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van één week. Opzegging door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

5.

Een lid kan door opzegging van zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang een besluit waarbij de verplichtingen van de leden zijn verzwaard, dan wel zijn beperkt, te zijnen opzichte uitsluiten, mits deze opzegging geschiedt binnen een maand, nadat het bedoelde besluit hem bekend is geworden of aan hem is medegedeeld; tevens kan een lid zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld dat de vereniging in een andere rechtsvorm wordt omgezet dan wel fuseert met een andere rechtspersoon.

6.

Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

7.

Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond van het feit dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene ledenvergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

8.

Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het gehele verenigingsjaar verschuldigd.

____________________________________________________________________________________________
Verplichtingen van de leden. 
Artikel 8.

1.

De leden zijn verplicht:

 

a

de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, de algemene ledenvergadering of een ander orgaan van de vereniging na het leven;

 

b

de belangen van de vereniging niet te schaden;

 

c

de overige verplichtingen, welke de vereniging in naam van haar leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de vereniging voortvloeien te aanvaarden en na te komen.

2.

Behalve de in deze statuten vermelde verplichtingen kunnen door de vereniging slechts verplichtingen aan de leden worden opgelegd na voorafgaande toestemming van de algemene ledenvergadering.


Geldmiddelen. 

Artikel 9. 

De leden worden gevraagd een (vrijwillige) bijdrage te betalen, die wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering.


Bestuur. 
Artikel 10.

1.

Het bestuur bestaat uit een aantal van tenminste zes en maximaal twaalf personen, die door de algemene ledenvergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden.

2.

De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht is het bestuur bevoegd evenals vijfentwintig (25) stemgerechtigde leden die een voordracht met naam en handtekening schriftelijk steunen. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld.

3.

Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde (2/3) van het aantal uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene ledenvergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste één/twintigste (1/20) van het aantal leden aanwezig is of vertegenwoordigd is.

4.

Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene ledenvergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene ledenvergadering vrij in de keus.

5.

Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.


Periodiek lidmaatschap, schorsing en einde bestuurslidmaatschap.
Artikel 11.

1.

Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. Het aftredende lid is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

2.

Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

3.

Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

 

a

door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

 

b

door bedanken;

 

c

door ontheffing door de algemene ledenvergadering;

 

d

door overlijden.


Bestuursfuncties - Besluitvorming van het bestuur. 
Artikel 12.

1.

Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Elk bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.

2

Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. Ingeval van ontstentenis of belet van alle bestuurders berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door de algemene ledenvergadering aan te wijzen personen.

3

Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij/zij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging. De bestuurder heeft - onverminderd het bepaalde in de vorige volzin - wel het recht de desbetreffende vergadering van het bestuur bij te wonen.

4.

Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.

5.

Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.


Bestuurstaak - Vertegenwoordiging. 
Artikel 13.

1.

Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2.

Indien het aantal bestuursleden beneden zes is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3.

Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.

4.

De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur. Daarenboven komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid mede toe aan de gezamenlijk handelende:

 

a

voorzitter en secretaris;

 

b

voorzitter en penningmeester (bij ontstentenis van de secretaris);

 

c

secretaris en penningmeester (bij ontstentenis van de voorzitter).

5.

Het vertegenwoordigingsbevoegde bestuur is bevoegd één of meer gemachtigden aan te wijzen die zelfstandig, dan wel gezamenlijk, bevoegd zijn binnen de grenzen van hun volmacht over de saldi van de vereniging bij bank- -instellingen te beschikken.


Jaarverslag – Rekening en Verantwoording. 
Artikel 14.

1.

Het bestuur is verplicht omtrent de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

2.

a

Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen een termijn van zes maanden na afloop van het boekjaar zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid en overlegt, ter goedkeuring door de algemene ledenvergadering, aan de algemene ledenvergadering een door de bestuurders ondertekende balans en een staat van baten en lasten met daarop betrekking hebbende toelichting. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte nakoming van deze verplichting vorderen.

 

b

Het bestuur legt op deze algemene ledenvergadering tevens zijn begrotingsontwerp voor het daaropvolgende verenigingsjaar voor.

3.

Indien en voor zover aan de algemene ledenvergadering geen verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de hiervoor in de leden 1 en 2 bedoelde stukken wordt overlegd, benoemt de algemene ledenvergadering alsdan jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de stukken als bedoeld in lid 2 en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag uit van haar bevindingen uit.

4.

Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

5.

De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

6.

Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2, tien jaren lang te bewaren.


Algemene Ledenvergaderingen. 
Artikel 15.

1.

Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

2

Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene ledenvergadering – de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

 

a

het jaarverslag en de balans met de staat van baten en lasten en de toelichting als bedoeld in artikel 14, lid 2a.;

 

b

het verslag van de aldaar bedoelde commissie, dan wel de verklaring van de in artikel 14 lid 3 bedoelde accountant;

 

c

de eventuele benoeming van de in artikel 14, lid 3 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;

 

d

voorziening in eventuele vacatures;

 

e

voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;

 

f

de vaststelling van de begroting voor het volgende verenigingsjaar.

3.

Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4.

Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste vijftig leden, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering binnen een termijn van vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19 of bij advertentie in tenminste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad; de verzoekers kunnen alsdan anderen dan leden van het bestuur belasten met de leiding der vergadering en het opstellen van de notulen.


Toegang en stemrecht. 
Artikel 16.

1.

Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden van de vereniging; geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, behoudens het bepaalde in artikel 7 lid 7, op grond waarvan geschorste (bestuurs-) leden recht hebben tot het bijwonen van en het woord te voeren in de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld.

2.

Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene ledenvergadering.

3.

Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.

4.

Een lid kan zijn stem door een daartoe schriftelijk gemachtigd ander stemgerechtigd lid doen uitbrengen. 
Een lid mag voor maximaal drie stemgerechtigde leden een gemachtigde stem uitbrengen.


Voorzitterschap-Notulen. 
Artikel 17.

1.

De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin.

2.

Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen opgemaakt, die na door de algemene ledenvergadering te zijn vastgesteld, door de voorzitter en de notulist worden ondertekend. Zij die overeenkomstig artikel 15 - lid 4 de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. 
De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.


Besluitvorming van de algemene ledenvergadering. 
Artikel 18.

1.

Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2.

Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist vindt, wanneer de meerderheid der vergadering, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangen, een nieuwe stemming plaats.

Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3.

Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4.

Ongeldige en blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

5.

Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft alsdan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6.

Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.

7.

Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Alle stemmingen over personen geschieden schriftelijk. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

8.

Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene ledenvergadering.


Bijeenroeping algemene ledenvergadering. 
Artikel 19.

1.

Behoudens het bepaalde in artikel 15 lid 4 worden de algemene ledenvergaderingen bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 5 of per e-mail (alleen voor de leden met een bij het bestuur bekend e-mailadres). De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste veertien dagen.

2.

Bij de oproeping worden de plaats, de datum en het aanvangstijdstip van de vergadering en de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 20.


Statutenwijziging. 
Artikel 20.

1.

In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden aangebracht anders dan door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zullen worden voorgesteld.

2.

Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.

3.

Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde (2/3) van de in een algemene ledenvergadering uitgebrachte stemmen.

4.

Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het openbaar verenigingen register, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken waaronder de vereniging ressorteert.


Ontbinding en vereffening. 
Artikel 21.

1.

De vereniging kan worden ontbonden:

 

a

door een daartoe strekkend besluit van de algemene ledenvergadering op welk besluit het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing is;

 

b

door insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard, of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;

 

c

door rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen;

 

d

door het geheel ontbreken van leden na een daartoe op verzoek van het bestuur of van een belanghebbende of op vordering van het Openbaar Ministerie door de rechtbank afgegeven verklaring.

 

De vereffening zal geschieden door een of meer vereffenaars.

2.

De vereffening geschiedt in het hiervoor in lid 1 sub a bedoelde geval door de bestuurders der vereniging, zo tezamen als ieder afzonderlijk en in het hiervoor in lid 1 sub d bedoelde geval door hetzij de laatste bestuursleden der vereniging, zo tezamen als ieder afzonderlijk, hetzij de daartoe op verzoek van belanghebbende(n) of op vordering van het Openbaar Ministerie door de rechtbank benoemde vereffenaars.

3.

De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

4.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk en nodig van kracht.

5.

De algemene ledenvergadering bepaalt in het hiervoor in lid 1 sub a bedoelde geval welke bestemming na betaling van alle schulden aan de overgebleven bezittingen van de vereniging zal worden gegeven, bij gebreke waarvan een eventueel batig saldo in gelijke delen vervalt aan diegenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid van de vereniging waren.

6.

De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaar(s) of faillissementscurator, bekende baten meer aanwezig zijn.

7.

De vereffenaar(s) draagt/dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de vereniging inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 20 lid 4.

8.

Gedurende tien jaar na afloop der vereffening blijven de boeken en bescheiden der vereniging onder degene die daartoe door de algemene ledenvergadering, dan wel (bij gebreke daarvan) door een daartoe op verzoek van een belanghebbende genomen besluit van de Kantonrechter binnen wiens rechtsgebied de vereniging haar zetel heeft, is aangewezen.


Huishoudelijk reglement. 
Artikel 22.

1.

De algemene ledenvergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.

2.

Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 



Slotbepaling. 
Artikel 23. 
In alle gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist het bestuur. 

 



Laatste wijziging op deze pagina: 20-02-2022